Mindblowing, een kortverhaal over kanker door Nathalie Simons

“Fuck, ik wil mijn leven terug…! Langzaam biggelen enkele tranen over mijn wang voor ik eindelijk inslaap.

Vandaag is het 6 maand geleden dat ik voor het laatst op het werk was. Ik loop verdwaasd rond en weet niet goed hoe me te gedragen. Collega’s kijken me na, ik hoor gefluister. Sommigen spreken me aan, ‘wat zie je er goed uit’. Het meest gehate zinnetje, want ik voel me niet zo goed. Van binnen is iets gebroken, ik ben beschadigd, onzeker, en vooral bang. En niemand durft zijn naam uit te spreken, ook ik niet, het is dan ook een monster. Laten we hem dan maar gemakshalve K. noemen, k van klootzak, kak, kut, en zo kan ik nog wel een paar woorden vinden.

Op 15 juli 2016 kwam ik voor het eerst in contact met hem. Hij kwam mijn leven binnen gewalst net op het moment waarop ik dacht alle touwtjes in handen te hebben. Maar eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, voelde ik onbewust al een hele tijd zijn aanwezigheid. Mijn onderbewustzijn heeft mij regelmatig signalen gestuurd maar omdat deze te beangstigend waren, heb ik ze altijd maar teruggedrongen. Zo was er die ene keer, ik had mijn loopschoenen aangedaan, buiten kwam de zon op, het was nog zalig fris en het beloofde een prachtige lentedag te worden. Vol goede moed begon ik aan mijn wekelijkse rondje in het park. Ik vind het heerlijk om ’s morgensvroeg te gaan lopen, het is dan nog zalig stil in het park en je kan de planten en dieren letterlijk zien ontwaken. Dan zuig ik mijn longen vol en geniet ik van de zonnestralen op mijn gezicht. Die dag echter was er iets dat de haartjes in mijn nek deed rechtstaan. Ik voelde iets maar kon er niet de vinger op leggen. Telkens opnieuw checkte ik of ik iets zag. Ja daar, of nee, het zal wel niets zijn. De kracht van onze gedachten is niet te onderschatten, ze kan je alles doen geloven of alles doen ontkennen.

Het was dus pas enkele maanden later, die bewuste dag in juli, dat K. me uiteindelijk bij de keel greep en vanaf dan is alles in een stroomversnelling terechtgekomen. Hij sleurde me mee naar een netwerk van gangen en kamers, steriel wit, ontdaan van alle gezelligheid, waar een constante walgelijke geur van desinfecteermiddel hing. Allerlei gedachten raasden door mijn hoofd: wat gaat er gebeuren met mij, waar ben ik, ik wil hier niet zijn, wat met de kinderen en mijn echtgenoot, dit is gewoon een nachtmerrie en straks word ik wakker… Maar K. had me stevig in zijn greep, hier was geen ontkomen aan. Flarden van het liedje Jeanny van Falco schieten door mijn hoofd:

Jeanny, quit living on dreams

Jeanny, life is not what it seems

You’re lost in the night

Don’t wanna struggle and fight

There’s someone who’s gonna need you

Die eerste weken heeft K. me vooral psychologisch op de rooster gelegd. Het ene moment kwam hij over als best te verdragen, zeker te manipuleren, en het andere moment als een egoïstische barbaar. Typisch de karaktertrekken van iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. NPS wordt gekenmerkt door een sterke behoefte aan bewondering en macht, en K. eiste dan ook een voorkeursbehandeling.

Ik moest dus omzichtig met hem om gaan. In het begin probeerde ik hem te doorgronden en als het ware zelfs een daderprofiel op te maken, een beschrijving van zowel zijn uiterlijke kenmerken als de modus operandi.

Maar K. is gewoon de ideale seriemoordenaar, hij handelt uiterst willekeurig.

Af en toe ving ik in één van die gangen of kamers een glimp op van de andere vrouwen die hij overmeesterd had en waarmee hij spelletjes aan het spelen was, want ik was zeker niet de enige. Maar er viel gewoon geen lijn in te trekken, sommige waren jong, andere oud, van allerlei rang en stand. Good luck dus aan de bevoegde instanties om K. te vinden en tegen te houden!

Naast zijn psychologische spel van hoop geven en even later je terug de harde realiteit in te duwen, is K. ook een fervent verzamelaar van trofeeën. Van al zijn slachtoffers wil hij namelijk een aandenken, en bij sommigen gaat hij al driester te werk dan bij anderen. En precies die willekeur maakt deel uit van zijn tactiek.

Ik mag mij bij de ‘gelukkigen’ prijzen want hij had niet veel tijd bij mij, maar sommige vrouwen zijn gewoon verminkt voor het leven, als ze het al overleven. En net dat feit hield me tegen om veel contact te zoeken met de andere want ik voelde me beschaamd omdat ik bij de betere was. K. is dus niet alleen de ideale seriemoordenaar maar ook een meester-manipulator die vlijtig gebruik maakt van de technieken van emotionele chantage. Divide et impera.

Toen K. net zijn aandenken aan mij had weggesneden, zag ik echter mijn kans schoon om te ontsnappen. Ik liep door die gangen alsof mijn leven ervan af hing, weg van die geur, weg van de pijn, de angst, weg van alles. Ik durfde niet achterom kijken. Uiteindelijk ben ik pas gestopt toen ik aan de zee kwam. Ik ben een kind van de zee, geboren en getogen, en in tijden van stress zoek ik altijd de zee op. De zon zakte langzaam in het water en het was nog heerlijk warm buiten. Het geluid van de klotsende golven deed me even ontsnappen aan de realiteit. Als ik zou kunnen schilderen, dan had ik die oranje-roze gloed van de ondergaande zon willen vastleggen op doek. Een weldadige rust kwam over me heen. Ik weet niet hoelang ik op dat bankje heb gezeten maar even snel als ik ontsnapt was, had K. me terug in zijn klauwen.

En deze keer had hij een ander spelletje voor mij bedacht. Drie weken van eenzame opsluiting, een vleugje fysieke vernedering en een toets van foltering stonden deze keer op het menu. Daarvoor had K. een speciale kamer ontworpen: vier kale, groene muren met in het midden een op maat gemaakt foltertoestel, aan het plafond hing een camera en speaker. Negentien dagen werd ik verplicht om mij in het bijzijn van de anderen uit te kleden en op die tafel te gaan liggen, zodat hij zijn gang kon gaan met chemicaliën en instrumenten die mijn huid langzaam verbrandden. En dan, van de ene dag op de andere, had hij er plots genoeg van. Als een vod werd ik in de hoek geslingerd en K. liet me onverschillig achter, op naar zijn volgende slachtoffer.

De fysieke mishandeling was misschien wel voorbij, maar nu pas voelde ik de gevolgen van het geestelijk geweld.

Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken en viel in een zwart gat. Het had iets van het Stockholmsyndroom, ik miste K. Gedurende die eerste vreselijke periode waren er ook momenten van troost en respect voor elkaar geweest. K. met al zijn routinematige handelingen was een soort van veilige haven geworden, mijn enige houvast. Maar nu had ik als het ware emotionele handboeien om. Mijn zelfbeeld was dusdanig beschadigd geraakt, dat ik het contact met mezelf kwijt was.

Maar toen leerde ik Simonne kennen. Friedrich Nietzsche zei “ik beoordeel wilskracht naar hoeveel weerstand, pijn, foltering ze kan uithouden en in voordeel weet om te zetten”, of ‘what doesn’t kill you, makes you stronger”. En Simonne is mijn wilskracht geweest om uit die put te klauteren.

Bij mishandeling wordt je hele persoonlijkheid onderdrukt, ik moest nu het contact met mijn identiteit herstellen. Ik ben echter iemand die van nature het glas eerder halfleeg ziet dan halfvol.

Dus de slachtofferrol zit mij ook als gegoten en ik wentelde me gretig in mijn zelfmedelijden. Maar het was Simonne die mij uit die cocon haalde.

Ze zei, ‘zie die dag in juli niet als het einde van je leven, maar net als de dag waarop je de kans kreeg om je eigen leven te redden’. Dat was een openbaring. Misschien was niet alles slecht aan deze periode en waren er inderdaad opportuniteiten!

Vanaf dat moment was terug sterk worden en ontsnappen nog het enige waaraan ik dacht.  Mijn lichaam had de voorbije maanden zwaar afgezien door alle ontberingen, dus het eerste waar we mee begonnen, was aan mijn fysieke kracht werken. Simonne nam hierbij het voortouw, dagelijks zorgde ze ervoor dat we minstens een half uur aan conditietraining deden: buikspieroefeningen, armspier, rugspier, uithoudingsvermogen, alles om die energie terug te krijgen die uit me weggezogen leek.

K. was echter nog steeds in de buurt dus de ene dag lukte dat al beter dan de andere, het was een proces van vallen en opstaan.

Ik leerde ook opnieuw mijn lichaam kennen met al zijn beperkingen, maar deze keer ook zijn mogelijkheden.  Naarmate de tijd vorderde voelde ik waarachtig mijn oude, of zelfs een verbeterde, ik terugkomen.

Maar in een gezond lichaam hoort ook een gezonde geest. Ik begon in te zien dat die slachtofferrol eigenlijk toch niet zo comfortabel zat. Simonne leerde me tevens oprecht naar mezelf te kijken en in te zien dat ik geen willoos slachtoffer moest zijn, maar dat ik zelf mijn situatie kon beïnvloeden. Het loslaten van die slachtofferrol bracht opluchting en bevrijding. Ik leerde relativeren en terug van de kleine dingen in ons leven te genieten.

Vanaf dat moment durfde ik me ook meer open te stellen naar de anderen. Ik leerde dat ieder zijn verhaal had en heb fantastische mensen leren kennen. Van een kokervisie, gericht op mezelf, ging ik naar een open blik op anderen in de wereld om me heen.

Hoewel ik er vaak beter uitzag dan sommige van de andere vrouwen, durfde ik mezelf nu ook toelaten om me slecht te voelen, echt slachtoffer te zijn. Ook ik had een hele rollercoaster aan emoties en mishandelingen ondergaan, ik moest niet sterk zijn omdat ik er goed uitzag. Net dat gevoel van aanvaarding zorgde ervoor dat ik na een dipje snel terug mijn veerkracht terugvond. Langzaam maar zeker herrees een nieuwe persoon.

Op een dag hebben Simonne en ik dan ook, samen met nog een aantal andere vrouwen, K. verschalkt en zijn we kunnen ontsnappen. Simonne had zich namelijk toegang weten te verschaffen tot de voorraadkamer met medicijnen. Aangezien wij ook instonden voor de voeding van K. was het een kleintje om een cocktail aan medicijnen onder zijn eten te mengen. Het heeft even geduurd vooraleer we de juiste combinatie hadden gevonden, maar op een dag, vlak na het middageten, kreeg K. ademhalingsstoornissen, een abnormale polsslag, vernauwde pupillen, een bleke klamme huid en is hij uiteindelijk het bewustzijn verloren. Als de weerwind gingen we ervandoor, terug naar ons gewone leven, naar onze gezinnen. We konden eindelijk opnieuw de draad van ons leven oppakken.

Sommigen van ons praten over deze periode van fysiek en geestelijk geweld, maar de meesten zwijgen. K. is namelijk nog niet gevat en de schrik dat hij weer voor onze neus staat, zit er diep in.

Ik hou mezelf voor dat K. mij geen tweede keer zal te pakken krijgen, maar soms nemen mijn angstgevoelens toch de bovenhand. Als iemand met achtervolgingswaanzin wantrouw ik dan alles en iedereen. Gelukkig is Simonne er nog steeds en helpt zij mij om te relativeren en vooruit te kijken, maar af en toe, zoals gisterenavond, denk ik toch nog eens terug aan de dag dat mijn zorgeloze leventje voorgoed veranderde, die dag in juli waarop de dokter zei ‘Mevr. Simon-s, dit is K-anker.’”